Nieuws

21 NOV 2014

Gokken op (online) weddenschappen, niet zonder gevaar

online weddenschappen

Wedkantoren verschijnen steeds vaker in het straatbeeld en ook bij de dagbladhandelaar is er de mogelijkheid om in te zetten op sportweddenschappen. In Limburg zijn er momenteel 202 dagbladhandelaars en 48 wedkantoren waar men kan wedden. Naast deze fysieke mogelijkheid tot gokken kan men ook online inzetten op dit soort wedstrijden. Gezien de laagdrempeligheidheid van deze kantoren en het internet merken we een toename van het aantal gokkers op sportwedstrijden.

Het inzetten op dit soort weddenschappen is niet zonder gevaar. We merken op dat spelers, soms minderjarig, door hun “ervaring”  het resultaat denken te kunnen voorspellen van een sportwedstrijd. Men houdt echter geen rekening met de factor "toeval" eigen aan gokspelen. Als speler heb je nooit invloed op het spelresultaat en dien je rekening te houden met onder andere het spelverloop. Daarnaast ontstaat bij live-betting, waarbij de speler tijdens de wedstrijd kan inzetten, een short-odd karakter. De tijd tussen inzet en uitslag is dan zeer kort geworden. Het risico op overmatig spelen en verslaving bij dit soort weddenschappen neemt sterk toe.

Op sociale media zien we foto’s verschijnen waarbij spelers uitpakken met hun winsten en positieve commentaren verkrijgen van hun vrienden. Helaas “vergeet” men wel de inzet en de verloren inzet erbij te plaasten. Deze laatste staan maar al te vaak in schril contrast met eventueel behaalde 'winsten'.

Om de bevolking meer bewust te maken van de risico’s van weddenschappen en het breder thema gokken, doen we een oproep aan alle Limburgse besturen om dit thema op de agenda te plaatsen. Om zo proactief te kunnen werken aan preventie en hulpverlenig voor rond deze problematiek.

Voor meer informatie en hulp kan je ook terecht op onze website gokhulp.be

DDA

20 NOV 2014

Winteropvang in Limburg

winteropvang

De buitentemperaturen flirtten de afgelopen nachten stilaan met het vriespunt. In Hasselt en Genk start men daarom met de winteropvang voor daklozen en thuislozen. Op die manier wil men iedere dakloze een warm bed aanbieden tijdens de koude vriesnachten. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om in te stappen in een hulpverleningstraject.

De winteropvang wordt vanuit een ruim samenwerkingsverband georganiseerd in een regie van de twee OCMW’s en CAW Limburg. Concreet zijn er een aantal locaties waar onderdak zal aangeboden worden voor Limburgse daklozen.

In Hasselt kunnen daklozen zich aanmelden bij het CAW voor de nachtopvang. In het onthaalcentrum van het CAW worden dan een capaciteit bedden voorzien voor de nachtopvang.

Overdag kan men in Hasselt terecht in Café Anoniem voor wat warmte, ontmoeting, een douche en eventueel een wasbeurt voor de kleren.

Voor wie niet onder dak wil of kan, is er de mogelijkheid om extra dekens op te halen van maandag tot vrijdag in de Lombaardstraat 20 te Hasselt.

In Genk is de dagopvang in de Grootstraat 83 open van 11u tot 18u. Ook hier kan men terecht voor wat warmte, een douche, kan men gebruik maken van de wasserij en kan men soep en koffie krijgen.

Meer info:

  • CAW Limburg thuislozencentrum: Salvatorstraat 12, 3500 Hasselt 011/ 21 28 65
  • OCMW Hasselt: Albrecht Rodenbachstraat 20, 3500 Hasselt 011/ 30 80 50
  • OCMW GENK: Welzijnscampus 11, 3600 Genk, 089/57 32 00
04 NOV 2014

Cannabis: een richtlijn ter discussie

cannabis ter discussie

De Vlaamse (VAD), Brusselse (FEDITO Bruxelloise) en Waalse (FEDITO Wallonne) koepelorganisaties die het alcohol- en drugwerkveld in België vertegenwoordigen, stellen vast dat het Belgische cannabisbeleid haar beperkingen heeft. De drie regionale verenigingen onderstrepen de waarde van recente alternatieve modellen voor het omgaan met cannabis, en nodigen de federale overheid uit om hierop in te zetten.

Cannabis is de meest gebruikte illegale drug in België. Volgens de nationale gezondheidsenquête (Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, 2008) experimenteerde 14% van de Belgische bevolking ooit met cannabis. Ondanks een schijnbaar dalende trend van het gebruik bij de jongeren, bleek uit de Flash Eurobarometer van juni 2014 dat nog steeds 26% van de 15- tot 24-jarige Belgen ooit cannabis probeerde. Noch het criminaliseren van de verkoop, noch het 'gedogen' van het gebruik, leidde tot een significante daling van het cannabisgebruik.

Cannabis is nochtans geen onschuldig product. Het roken van cannabis leidt tot aandoeningen van de luchtwegen en verhoogt het risico op longkanker (wanneer zoals gebruikelijk gemengd met tabak). Wie veel en/of vaak cannabis gebruikt, kan verslaafd worden. Langdurig cannabisgebruik verhoogt het risico op cognitieve stoornissen.

Na alcohol en opiaten is cannabis het derde middel waarvoor cliënten een behandeling opstarten in de verslavingszorg, en 28,4% van de nieuwe cliënten in de verslavingszorg zijn in de eerste plaats in behandeling omwille van problematisch cannabisgebruik. Toch is het verbieden van cannabis niet de beste oplossing. Zo houdt het verbod de illegale handel en de criminaliteit in stand. Bovendien kan de overheid, zolang het middel illegaal blijft, de kwaliteit ervan op geen enkele manier controleren. Dat is nochtans nodig: nieuwe variëteiten en kweektechnieken die vandaag op illegale plantages gebruikt worden, versterken de psychoactieve werking van cannabis en vergroten zo ook de risico’s. 

Volgens de richtlijn van 2005 worden in bepaalde omstandigheden het gebruik van cannabis en het bezit voor persoonlijk gebruik niet vervolgd. Maar deze richtlijn mist duidelijkheid, en dat zorgt voor problemen. Het bemoeilijkt de  gezondheidspromotie, preventie en responsabilisering van de gebruiker. Vanuit gerechtelijk perspectief schept de richtlijn ook willekeur, wat dan weer leidt tot juridische onzekerheid.

De professionelen in Brussel, Vlaanderen en Wallonië, die elke dag geconfronteerd worden met problematische cannabisgebruikers, pleiten daarom voor de volledige decriminalisering van het gebruik van cannabis en het bezit voor persoonlijk gebruik. Daarnaast vragen ze een versterking van de middelen voor preventie en hulpverlening. De drie koepelorganisaties pleiten voor meer onderzoek op het vlak van reglementering van de productie, de import, de kwaliteitscontrole en de verkoop van cannabis in België. Dit ligt volledig in de lijn van de aanbevelingen van de WHO.

Verder leggen de regionale koepelorganisaties ook elk hun eigen accenten:

  • VAD bekijkt de problematiek vooral vanuit het standpunt van welzijn en gezondheid
  • FEDITO Wallonne bestudeert de nefaste gevolgen van de huidige wetgeving, op het vlak van de volksgezondheid
  • FEDITO Bruxelloise stelt de principes voor van een beleid dat beter inspeelt op juridische en gezondheidsproblemen
29 OKT 2014

Toekomstmogelijkheden blended hulp in de CGG

blended hulpverlening

De wachttijden voor cliënten die beroep willen doen op de publieke geestelijke gezondheidszorg en aanverwante diensten zijn de laatste jaren enorm toegenomen. Een zeer onplezierige situatie voor de cliënten zelf, die vaak na langdurige overwegingen een stap zetten richting hulpverlening, maar ook voor de hulpverleners die zich onder druk voelen staan.

Door de huidige besparingsgolven ziet het er niet onmiddellijk naar uit dat er uitbreidingen zullen komen aan het personeelsbestand waarover de voorzieningen kunnen beschikken. Maar ook los daarvan kan de vraag gesteld worden in hoeverre we exclusief kunnen blijven vasthouden aan hulpverlening onder de vorm van intensieve individuele face-to-face contacten.

Individuele contacten zullen natuurlijk altijd een belangrijke plaats blijven innemen, maar er zal ook moeten gekeken worden naar alternatieven, zoals aangepaste groepsmethodieken en de zogenaamde ‘blended hulpverlening’.

Uitbreiding van de mogelijkheden

Bij de blended hulpverlening worden face-to-face gesprekken gecombineerd met online methodieken. Online vragenlijsten, dagboeken of andere opdrachten kunnen dan vooraf gaan aan de therapie of begeleiding, deze ondersteunen tijdens de face-to-face contacten of ingezet worden bij de nazorg. Maar er is meer…

Het feit dat cliënten thuis of op andere locaties aan de slag kunnen betekent ook een uitbreiding van de mogelijkheden.

Voorafgaand aan de persoonlijke contacten zijn cliënten in staat reeds een deel van het werk zelf doen. Online informatie of andere opdrachten kunnen de problemen of de sterktes van de cliënt duidelijker in beeld brengen, niet in de laatste plaats voor de cliënt zelf. Meteen is de cliënt ook meer betrokken bij het hulpverleningsproces en neemt hij een meer actieve houding aan.

Tijdens de fase van de face-to-face contacten bevordert de blended aanpak de transfer van wat tijdens begeleidingsgesprekken geleerd of geëxploreerd werd, naar de dagdagelijkse situatie van de cliënt. Hulpverleners of begeleiders kunnen gerichte opdrachten geven waarmee in de vertrouwde omgeving van de cliënt kan geregistreerd, geëxploreerd of geoefend worden.

Bijvoorbeeld:

  • Huiswerkopdrachten, begeleid door informatieve teksten of video’s, kunnen via computer of laptop uitgevoerd worden wanneer het de cliënt past.
  • Een dagboekapplicatie op een smartphone laat toe om ‘on the spot’ te registreren.
  • Ontspanningsoefeningen of mindfulness trainingen kunnen met audio-visuele middelen ondersteund worden.
  • Reminders herinneren cliënten aan het stellen van bepaalde gedragingen (tijdig medicatie nemen bijvoorbeeld).
  • Groepsmethodieken kunnen eveneens gedeeltelijk of geheel online aangeboden worden via groepschat of videoconferencing.

Blended hulpverlening kan dus de transfer bevorderen. Maar er is meer…

Integratie van mogelijkheden

Werkelijke blended hulp betekent een integratie van face-to-face en online mogelijkheden die elkaar versterken. In een heel aantal gevallen kunnen daardoor de directe contacten in de spreekruimte verminderd worden en/of meer gespreid over de tijd.

Er zou zo meer tijd kunnen vrijkomen om tijdens de face-to-face contacten meer te focussen op bepaalde deelaspecten van de thema’s die online aan bod kwamen of op heel andere inhoud en belevingen van de cliënt. M.a.w. het biedt mogelijkheden om ‘korter op de bal te spelen’.

Vanzelfsprekend dienen er rond online contacten afspraken gemaakt te worden met de cliënt: hoe vaak, hoe uitgebreid en wat wordt best doorverwezen naar de face-to-face sessies.

Zoals reeds eerder vermeld kan blended hulp ook voor groepen aangeboden worden via groepschat of videoconferencing. Het voordeel van groepsmethodieken is niet enkel dat er meer mensen tegelijkertijd kunnen bereikt worden met een kleinere tijdsinvestering, maar ook dat deze op zich extra motiverend en ondersteunend kunnen zijn. Zo biedt in Vlaanderen Werkgroep Verder, naast het reguliere aanbod, reeds online groepsgesprekken aan voor nabestaanden van zelfdoding.

Tenslotte kan bijvoorbeeld in een psycho-educatief groepsaanbod eveneens gebruik gemaakt worden van online hulpmiddelen, al dan niet opgevolgd door een hulpverlener.

Implementatie van blended hulp

Blended hulpverlening implementeren zou een reorganisatie betekenen van de hulpverlening zoals we die nu kennen.

De implementatie van nieuwe werkmethodes vragen tijd en een systematische aanpak. Het gaat immers om bewustwording, exploratie, kennismaking, opleiding, aanpassen van de technische infrastructuur, experimenteren, opvolging en evalueren. Niet alleen voor de hulpverleners, maar ook voor de coördinatoren en andere leidinggevenden. Implementatie van online hulp houdt dus in zekere zin een organisatieverandering in. Ook de betreffende overheden zullen hierbij ‘een duit in het zakje’ moeten doen (soms letterlijk, soms figuurlijk).

Het is dus nog wat vroeg om reeds een geïntegreerde aanpak te verwachten. Wat niet wil zeggen dat er niet naar de toekomst kan gekeken worden…

Meer lezen

HCL

07 OKT 2014

De VAD stelt enkele nieuwe materialen voor

vad-preventie-jongeren

De Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) komt met enkele nieuwe methodieken om preventief te werken naar kinderen en jongeren rond gamen, alcohol en drugs.

Vlucht naar Avatar

‘Vlucht naar Avatar’ is een lessenpakket over gamen voor leerlingen van de derde graad lager onderwijs. Het vertrekt  vanuit de positieve insteek dat gamen heel leerzaam en ontspannend kan zijn, maar geeft ook aandacht aan de kleine groep gamers bij wie het gamen kan ontsporen. Het omvat zes lessen en zet sterk in op activerende werkvormen. 

Lees meer

BackPAC

BackPAC is een individuele interventie voor jongeren van 12 tot en met 15 jaar op maat van specifieke risicoprofielen. Het sensatiezoekend, impulsief, angstgevoelig en negatief denkend type  heeft een verhoogd risico op middelenproblemen. BackPAC is voor jongeren die al alcohol en/of cannabis gebruiken, maar nog niet problematisch. Ze krijgen inzicht in hun persoonlijkheid en de manier waarop ze omgaan met moeilijke situaties. Begeleiders van CLB, bijzondere jeugdzorg en andere jeugdhulp kunnen ermee aan de slag.

Lees meer

Iedereen drinkt, iedereen blowt?

Sommige jongeren (12-18 jaar) lopen een groter risico op problemen met middelengebruik dan anderen. ‘Iedereen drinkt, iedereen blowt?’ is een methodiek voor kortadvies, gestoeld op het principe van normatieve feedback, om met deze jongeren individueel preventief te werken rond alcohol en/of cannabis in het CLB, de bijzondere jeugdzorg of andere jeugdhulp. De methodiek is zinvol zowel voor jongeren die niet drinken of cannabis gebruiken als voor zij die dit wel doen.

Lees meer

29 SEP 2014

We hebben nood aan een alcoholplan

alcoholschade

In Europa worden gemiddeld 3 glazen per dag gedronken vanaf de leeftijd van 15 jaar. De rol van alcohol in het veroorzaken van ziekten neemt toe. De grootste schade wordt door de zogenaamde “heavy drinkers” veroorzaakt (60g pure alcohol per dag wat overeenkomt met 6 standaardglazen). De meeste gezondheidswinst valt dan ook bij deze groep te halen. Daarnaast zoekt slechts een fractie van de mensen met een  alcoholprobleem de hulpverlening op.

Alcohol heeft een negatieve invloed op de economie, de gezondheid, het verkeer en het heeft een sociale kost. Alcohol kost 155 miljard euro op jaarbasis in De EU. In België is dit 6 miljard euro per jaar. De baten bedragen in België 1.6 miljard euro aan accijnzen…

Bij mannen wordt 4% van de dodelijke kankers veroorzaakt door alcohol bij vrouwen is dat 3% van de dodelijke kankers. Hoe meer alcohol je consumeert hoe groter de kans op borstkanker.
De consumptie in de EU  ligt boven het globaal gemiddelde.  Hoe meer alcohol je drinkt hoe groter de kans om voor je 70ste te sterven. Mannen lopen meer kans omdat mannen risicovoller gedrag stellen.

In België werd in 2013 een  alcoholplan 2014-2018 voorbereid. Rond de regulering van alcohol werd onder invloed van de alcohollobby geen interministerieel akkoord bereikt en kwam er dus geen globaal alcoholplan. Een goed plan moet ook het aanbod van alcohol beperken.

Wat zijn zinvolle maatregelen?

  • Alcohol duurder maken (10%); consumptie daalt en de schade daalt. Een prijsdaling zorgt daarentegen voor meer doden.
  • Aanbod beperken; bijvoorbeeld beperken van de verkoop na 23u.
  • Reclame bannen; jongeren gaan onder invloed van reclame sneller en meer drinken.
  • Warning labels; de consument heeft recht op gezondheidsinformatie betreffende het product.
  • Hulp aanbieden. Zelfs korte interventies helpen en zijn zeer kostenefficiënt.

De uitzondering ‘alcohol’

Normaalgezien reageren overheden wanneer het levenslang risico op overlijden door de blootstelling aan een bepaalde risicofactor boven een bepaalde grens gaat. Voor onvrijwillige blootstelling ligt die risicofactor op 1 per 1.000.000 en voor vrijwillige blootstelling op 1 per 1.000. Voor beide liggen de alcohol-toegewezen waarden boven deze grenzen.

Daarom valt op dat:

  • alcohol niet onder de geldende voedselreglementeringen valt (geen voedingsetiketten);
  • alcohol het enige psychoactieve middel is dat niet onder een bindend internationaal verdrag valt;
  • alcohol dubbelzinnig behandeld wordt door gezondheidsdiensten (overschatting van het cardio-beschermend effect)
  • informatie over alcohol risico’s onvoldoende gekend zijn. De meeste mensen kennen bijvoorbeeld het risico op kanker niet. Lees meer over de gezondheidsrisico's op Alcoholhulp

DFR

Bron: FOD Volksgezondheid, Prof. Peter Anderson