Nieuws

18 NOV 2016

Risicovol gamen, ouders moeten er tijdig spel van maken

Collega Huub Boonen omschrijft op basis van zijn onderzoek een aantal zinvolle maatregelen die het gamen vooral leuk moeten houden. Zijn artikel verscheen op sociaal.net.

Als gamen het leven van een jongere overneemt, dan kan dat gevolgen hebben: slechte studieresultaten, conflicten in het gezin en sociaal isolement. Jonge gamers en hun ouders zijn zich daar onvoldoende van bewust. Vroeginterventie kan dat voorkomen. Maak van gamen een opvoedingsthema van in het prille begin tot ze het huis verlaten.

Onderzoek vult lacune in

Hoe kunnen gamers die een verslavingsrisico lopen vroeger op de radar komen? En hoe kan er dan geïntervenieerd worden? Onderzoekers zochten samen met professioneel betrokkenen, gamers en ouders naar antwoorden.

De verslavingszorg omtrent gamen bevat één duidelijke lacune: hulpverlening wordt vaak pas ingeschakeld op het moment dat gamen een zware impact heeft op het leven. Preventie bereikt niet tijdig de personen die het nodig hebben.

Detectie en interventie

Daarom is ook bij gamen vroeginterventie cruciaal. Mensen moeten prille risicosignalen van overmatig gamen opvangen (vroegdetectie) en er op gepaste wijze op kunnen reageren (vroeginterventie). De belangrijkste actoren zijn volgens het onderzoek de ouders van jongeren die overgaan van lager onderwijs naar middelbaar onderwijs en een voorliefde hebben voor gamen. Het gamen gebeurt immers hoofdzakelijk thuis.

Om hierin te slagen dienen ouders ‘gamewijs’ gemaakt te worden, wegwijs in de wereld van hun gamende kind. Het is belangrijk dat ze zich bewust zijn van de risico’s van overmatig gamen en instrumenten aangereikt krijgen om het bespreekbaar te maken met hun gamend kind. Op die manier kunnen ze ook inschatten of het gamen nog voldoende beheersbaar is. Als ze op een gamewijze manier opvoeden, kan het gamen een leuke tijdsbesteding zijn. Wat te doen als je via deze weg tot het besluit komt dat het gamegedrag van je kind riskeert te ontsporen? Het onderzoek ontwikkelde interventiestrategieën om gericht tussen te komen. Die strategieën werden samen met de eindgebruikers ontworpen en uitgewerkt. Niet alleen de onderzoekers, maar ook de jongeren en hun ouders werden beschouwd als expert.

Moeilijk gesprek

Wie rond dit thema werkt, botst meteen op een algemeen gedeelde verzuchting: de meeste ouders hebben onvoldoende basiskennis over games en gamen. Daardoor krijgen ze er ook geen vat op. En onbekend is onbemind. Gesprekken tussen gamers en ouders zijn vaak moeilijk omdat de visies op het gamen ver uit elkaar liggen. Er is veel onbegrip van ouders voor deze passie van hun kind en de gamer begrijpt de bezorgdheid van zijn ouders niet.

Door dat gebrek aan kennis en interesse krijgen ouders geen zicht op de evolutie die de jongere doormaakt in zijn gamebeleving. Op die manier kan gamen onzichtbaar uitgroeien tot een verslavingsprobleem.

In gesprek gaan met je kind over wat, hoe en met wie hij gamet is dus belangrijk. Zo kan je inschatten of dat gamen ook een gezond onderdeel is in zijn leven. Dat vraagt extra aandacht van vele ouders voor een domein dat hen niet boeit.

Iedereen bereiken

Om deze gamewijsheid te bevorderen, moet heldere en hapklare informatie aangeboden worden op maat van ouders, met tips over hoe men inzicht krijgt in het specifieke spel van hun kind. Gamewijs opvoeden een toegang doen vinden tot gezinnen is niet evident. Zo moeten ook ouders die zich geen vragen stellen bij het gamegedrag van hun kind, geprikkeld worden om kennis en informatie te vergaren. Die mensen bereiken, is een hele uitdaging. Deze ouders nemen niet deel aan infoavonden over gaming of gaan niet op eigen houtje op zoek naar informatie. Voor een media- en gamewijze opvoeding is sensibilisering noodzakelijk. Vandaar het belang van boodschappen op radio, televisie of YouTube. Die kunnen geflankeerd worden door op verschillende plaatsen en tijdstippen affiches en folders te verspreiden: op de werkvloer, op school, bij de huisarts…

Wellicht moeten er ook wetgevende initiatieven komen. Waarom voegen we geen verplichte waarschuwingen toe aan reclamefilmpjes over games?

Verantwoordelijke ontwikkelaars

Ook game-ontwikkelaars kunnen bijdragen tot verantwoord gamen. Zij kunnen risicosituaties in kaart brengen doordat ze de speeltijd en –wijze van gamers monitoren. Deze ontwikkelaars kunnen in-game-elementen toevoegen die jongeren meer bewust maken van de risico’s van overmatig gamen. Bijvoorbeeld door een gamepersonage enkel optimaal te laten presteren in een vooropgesteld tijdschema, nadien treedt vermoeidheid op. Of gamers die tijdens een week te veel online zijn, worden daarop in het game aangesproken.

Ex-gamers als raadgevers

Ex-gamers kunnen een positieve invloed hebben op gamende jongeren en hun ouders. Zij hebben een functie bij preventie van gameverslaving.

Op fora voor gamers kunnen ex-gamers de positie innemen van straathoekwerker: alert voor signalen van overmatige betrokkenheid op gamen en op gebrek aan variatie in iemands leven. Zij kunnen hierover in gesprek gaan. Ze begrijpen als geen ander hoe het is om te gamen en hoe moeilijk het is om de knop af te zetten.

 

Veel ex-gamers geven aan dat ze iets willen betekenen voor jongeren die risico lopen op overmatig gamen. Zelf misten ze zo’n waarschuwingssignalen. Voor hen zijn online gamefora een vertrouwde plaats. Ze spreken dezelfde taal en dat verlaagt drempels.

Wat belangrijk blijkt voor gamers is dat de boodschap met de nodige dosis humor en relativering gebracht kan worden. Een zaalshow door een stand-up comedian die ervaring heeft met het thema of een toneelvoorstelling in scholen zouden geschikte initiatieven zijn.

Geïnteresseerde ouders

Ex-gameverslaafden kunnen ook betekenisvol zijn voor ouders. Heel klassiek maar nog altijd zinvol: de getuigenis op een infoavond.

In het onderzoek zetten we nog een stap verder. We organiseerden een infoavond waarbij 25 gamers aan het gamen waren, terwijl ouders en andere geïnteresseerden met hen konden spreken en vragen stellen.

Op zo’n avond blijkt dat ouders met interesse naar het gamen kijken en hun vragen duidelijk, begripvol en constructief formuleren. De gamers op hun beurt zijn voorbereid en antwoorden met geduld en respect voor de ouders. Een reactie van de deelnemende gamers: “Nu begrijp ik pas wat mijn ouders bedoelden, door met andere ouders eens samen rustig van gedachten te wisselen.”

Portaalsiste

Om ouders optimaal te ondersteunen, wijzen alle deelnemers aan het onderzoek naar één tool: een portaalsite waar ouders terecht kunnen met hun vragen. Daar kunnen ze op weg gezet worden, in de richting van een gamewijze opvoeding. Deze site moet erg ruim opgevat worden om alle mogelijke vragen en noden aan bod te laten komen.

Er is nood aan een degelijk psycho-educatief aanbod voor ouders dat focust op alles wat ze moeten weten over gamen. Dat kan hen ondersteunen om het gesprek over gamen te integreren in de opvoeding. Zo’n portaalsite moet hen gevoeliger maken voor signalen en risicofactoren bij gameverslaving. Dit aanbod moet ook de verborgen groep ouders bereiken die nog niet bezorgd zijn over de risico’s van online gaming.

Preventieve opvoedingsstijl

Het portaal moet interactief zijn, met veel videofragmenten en oefeningen die het onderwerp aankaarten en inzichtelijk maken.

Tijdens het onderzoek zette in Nederland het Trimbos instituut de eerste stappen naar zo’n platform: www.gameninfo.nl. In Vlaanderen werd op 20 september 2016 de aftrap gegeven van www.medianest.be, een portaalsite over mediawijs opvoeden. Initiatiefnemer Mediawijskoos om een breder kader te hanteren dan louter gamewijsheid en wil ouders informeren over een brede waaier aan mogelijkheden die onder mediawijsheid vallen.

Ons initiatief www.gamewijs.be, sluit hierop aan. We verdiepen specifieke vragen van ouders en kinderen over overmatig gamen.

Al deze initiatieven dienen hetzelfde doel: een preventieve opvoedingsstijl die de wederzijdse communicatie en de sfeer tussen ouder en kind verbetert. Op die manier worden ouders meer handelingsbekwaam en wordt ook duidelijk welke situaties voor hen niet meer beheersbaar zijn.

Gamification

Nog andere pistes zijn mogelijk om gamen een plaats te geven binnen opvoeding en, ruimer nog, de samenleving. Er moet aandacht zijn voor ‘gamification’ of het invoeren van game-elementen in het dagelijks leven. Dat gebeurt al op verschillende domeinen: bij fitness en andere sporttakken kan je gebruik maken van apps die je prestaties bijhouden, delen en vergelijken met anderen.

Gamers zijn gevoelig voor de belonende aspecten van zo’n apps, maar zijn niet steeds fervente sportliefhebbers. Het kan interessant zijn om te onderzoeken hoe jongeren die graag gamen, gestimuleerd kunnen worden om ook een gezonde levensstijl aan te nemen.

Om zich beter te voelen

Gamers die meewerkten aan het onderzoek geven aan dat bij overmatig gamen steeds moet gezocht worden naar onderliggend lijden. Hoe komt het dat iemand doorstoot van occasioneel naar overmatig en verslaafd gamen?

Ze geven zelf aan dat het gamen wordt ingezet om zich beter te voelen. Ook onderzoek wijst op de relatie tussen online gameverslaving en angststoornissen, depressie, sociale fobie, ADHD en psychosomatische problemen.

Dat is een gevaarlijke piste. Als dankzij gamen de jongere zich beter voelt, dan kan gaming een steeds groter aandeel van de tijdsbesteding innemen. Als het nog de enige manier is om met problemen om te gaan, kan men afhankelijk worden van dat gamen.

Er zijn ook andere manieren om om te gaan met moeilijkheden. Een gevarieerde copingstijl is aangewezen: verschillende soorten steun zoeken, oplossingsgericht handelen, afleiding zoeken… Als iemand op verschillende manieren leert omgaan met problemen, smelt een belangrijke voedingsbodem van overmatig gamen weg.

Professionele hulp

Als er sprake is van een gameverslaving, is die vaak al een hele tijd bezig. Heel wat levensdomeinen werden dan al beïnvloed door dit eenzijdig gedragspatroon.

Op dat moment komen preventie en vroegtijdige interventies te laat. Het kan dan aangewezen zijn om hulp te zoeken bij een therapeutisch centrum om dit gedrag te doorbreken. Hier is de hulp van ouders vaak niet toereikend en is er nood aan professionele hulp.

Er is overigens nog steeds een debat gaande over de terminologie: is het een gameverslaving of problematisch gamen? Het blijft nog even wachten op een officiële diagnose en accurate diagnostiek. Omwille van de toenemende aanmeldingsdruk van mensen met overmatig gamegebruik, breidt de geestelijke gezondheidszorg haar aanbod voor gamers en hun gezinnen steeds meer uit.

Ouders aan het stuur

Vroegtijdig detecteren van risicosignalen bij gameverslaving, hoort bij het opvoedingspakket van ouders. Maar door gebrek aan kennis, laten sommigen die taak links liggen. Ze grijpen pas in als het gamen een sterke impact heeft op het leven van hun kind en het samenleven in het gezin.

Die situatie kan je omkeren door ouders aan het roer te zetten van vroeginterventie. Zij zijn de eersten die kunnen en moeten signaleren als er risico is op gameverslaving. Informatie en ondersteuning zijn dan noodzakelijk. Het doel is om ouders te motiveren om het gamen van hun kind vanaf het begin op te vatten als een belangrijk onderdeel van hun tijdsbesteding. Een gamewijze opvoeding is dus een bijkomende taak voor de drukbevraagde ouders. Hen daarbij ondersteunen, is noodzakelijk.

Huub Boonen Hulpverlener CAD Limburg en onderzoeker UCLL

21 OKT 2016

Krijgen we een Nationaal alcoholplan die naam waardig?

Het Vlaams expertisecentrum voor Alcohol en andere Drugs (VAD) pleit voor een volwaardig Nationaal alcoholplan naar aanloop van de bespreking ervan op de interministeriële conferentie die doorgaat op 24 oktober onder leiding van minister Maggie De Block van Volksgezondheid .

Alcohol: 1,28 miljard euro directe kosten per jaar

Vorig jaar stelde Prof. Freya Vander Laenen en haar onderzoeksteam het SOCOST-onderzoek voor. Het SOCOST-onderzoek bracht voor het eerst de kosten van tabak, alcohol en illegale drugs aan onze samenleving in kaart. Je kan deze kosten opdelen in directe kosten en indirecte kosten.

De directe kosten zijn kosten die rechtstreeks in verband kunnen worden gebracht met gebruik van legale en illegale drugs. De directe kost omvat drie luiken: (1) de gezondheidszorg ten gevolge van middelenmisbruik: dit gaat bijvoorbeeld om kosten voor een opname in een ziekenhuis voor behandeling van verslaving, maar ook om kosten voor de behandeling van ziektes die door deze middelen zijn veroorzaakt, bv. longkanker of leverkanker; (2) de aanpak van druggerelateerde criminaliteit: dit gaat bijvoorbeeld om kosten voor het opsporen, vervolgen en berechten van drugbezit of drughandel, en de kosten voor detentie, maar ook om kosten van misdrijven (zoals diefstal en inbraak) gepleegd om illegale drugs te kunnen kopen of misdrijven (zoals slagen en verwondingen) onder invloed van alcohol en illegale drugs; en (3) verkeersongevallen.

De directe kosten voor alle middelen samen worden geraamd op 2,86 miljard euro per jaar. Voor alcohol is dit 1.28 miljard, met andere woorden alcohol neemt 45% van deze directe kosten voor haar rekening.

De indirecte kosten

De indirecte kosten zijn kosten door verloren productiviteit van werknemers. Deze productiviteit gaat verloren omwille van ziekte, arbeidsongeschiktheid/invaliditeit, opsluiting in de gevangenis of het vroegtijdig overlijden. De indirecte kosten voor alle producten worden geschat op 1,76 miljard euro.

Voor wat betreft de indirecte kosten blijkt dat alcohol 44% van de kosten ( 774 miljoen euro) voor productiviteitsverlies met zich meebrengt.

Alcohol: 170.000 verloren levensjaren per jaar

De ontastbare kosten geven het verlies aan levenskwaliteit weer door ziekte of vroegtijdige sterfte van de gebruiker. De ontastbare kosten worden in sociale kost studies gemeten via het aantal ‘verloren gezonde levensjaren’ Naar schatting zijn in België meer dan 500.000 gezonde levensjaren verloren gegaan door legale en illegale drugs in het jaar 2012. Gezondheidsproblemen zorgen voor 94 % van alle verloren gezonde levensjaren.

Alcohol en tabak hebben de grootste impact op het aantal gezonde verloren levensjaren. Samen zijn deze legale middelen verantwoordelijk voor 91% ( alcohol 34%).

Bron: De Sociale kost van legale en illegale drugs in België, Prof. Dr. Freya Vander Leanen e.a

Nuttige maatregelen?

Ter herinnering aan de minister, lijstte de VAD enkele maatregelen op om de maatschappelijke kosten veroorzaakt door alcohol doeltreffend aan te pakken:

Onderzoek toont aan dat er zeker drie maatregelen nodig zijn om van een doeltreffend plan te kunnen spreken: prijsverhoging, verbod of beperking van reclame, en beperking van het aanbod. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie bevestigt het belang van deze maatregelen, en spreekt van ‘the 3 best buys’. Daarnaast moet er extra ingezet worden op preventie, om zo het maatschappelijk draagvlak voor deze maatregelen te vergroten. Ten slotte is een toegankelijk hulpverleningsaanbod nodig voor mensen met een alcoholprobleem.

Best buy 1: Prijs

Bij een vorige begrotingsronde besliste de federale regering tot een verhoging van de taxatie op sterkedrank. Deze maatregel heeft de verkoop van sterkedrank zeker beïnvloed. Maar bier en wijn ontsprongen toen de dans en dat deed het effect teniet. Mensen schakelen immers moeiteloos over van sterkedrank naar goedkoper wijn en bier, zonder daarbij minder alcohol te gaan drinken. In het nieuwe plan verwacht de preventiesector een proportionele verhoging van de taxatie op alle alcoholhoudende dranken. Niet een verhoging in kleine stapjes, maar een significante verhoging, voelbaar in de portemonnee.

Best buy 2: Reclame en marketing

We worden overspoeld door reclame voor alcohol. Ook al is er een zelfregulerende convenant van de alcoholproducenten, deze grijpt nauwelijks in op de inhoud van de reclame. En ze doet al zeker niets aan de alomtegenwoordigheid ervan. Er zijn nochtans voldoende voorbeelden uit het buitenland waar zowel de inhoud (geen mooie, jonge mensen in sportieve, aanlokkelijke situaties waarbij alcohol als onmisbaar wordt voorgesteld) als de hoeveelheid reclame per reclameblok beperkt wordt. Frankrijk is hier al jaren de voorloper, en daar blijken deze maatregelen wel degelijk een effect te hebben op de alcoholconsumptie. Jongeren zijn in deze het meest kwetsbaar, maar ook supporters en uitgaanders weten waarom.

Best buy 3: Beperking van het aanbod

Alcohol is overal en altijd aanwezig: voor, tijdens en na het eten, gezellig op een terras of voor de televisie en bij alles wat we vieren. De reclame draagt hiertoe bij. Langzaamaan groeit dageliijks gebruik van alcohol uit tot ‘normaal’ gebruik. Hierbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat alcohol een schadelijk, toxisch product is. De maatschappelijke schade in België werd onlangs nog berekend op 2,1 miljard euro aan directe en indirecte kosten, los van het grote aantal verloren gezonde levensjaren. Het probleem situeert zich daarbij niet alleen, of zelfs niet voornamelijk bij de jongeren: de grootste gebruikers en de meeste dagelijkse drinkers vinden we bij de volwassenen vanaf 45 jaar! Europa is bovendien het continent waar veruit het meest alcohol wordt gebruikt. Alcohol is vergroeid met onze cultuur, is overal en altijd beschikbaar.

Uitstellen van de beginleeftijd is een belangrijke factor om problemen als gevolg van alcoholgebruik te voorkomen, zowel acuut als op lange termijn. België is één van de laatste vier Europese landen waarin jongeren nog alcohol (bier en wijn) mogen drinken vanaf de leeftijd van 16 jaar. Alle andere landen hanteren de leeftijd van 18 jaar voor alle alcoholische producten. Maar ook de beschikbaarheid in tankstations (geen alcohol in het verkeer, toch?) en in de nachtwinkels (geen 24/7 beschikbaarheid) zijn maatregelen die in het buitenland hun effect hebben bewezen.

Flankerend gezondheidsbeleid

Het succes van een nationaal beleidsplan staat of valt met een stevig maatschappelijk draagvlak. Daarvoor is een preventiebeleid nodig dat dat draagvlak opbouwt en voldoende informatie geeft over de noodzaak van de genomen maatregelen. Concreet wil dat zeggen: een lokaal alcohol- en drugbeleid, ondersteund door landelijke campagnes en duidelijke wetgeving. Een effectief alcoholbeleid heeft ook oog voor vroeginterventie, zodat wie riskant of problematisch drinkt zo vroeg mogelijk wordt gescreend en gemotiveerd tot gedragsverandering. Dit vraagt een laagdrempelig en goed gespreid aanbod aan hulpverlening.

Geen doekje voor het bloeden

De verwachtingen van de verslavingssector zijn hoog gespannen. Maar ook met vertegenwoordigers van de Vlaamse Jeugdraad, de zelfhulporganisaties, lokale preventiewerkers, artsen en psychiaters werd gepleit voor een uitgebreid alcoholplan. Ook de alcoholproducenten en vertegenwoordigers van de horeca waren aanwezig. Zij verdedigen vanzelfsprekend hun economische belangen, maar steunen een beleid dat misbruik van alcohol tegengaat. Het vorige actieplan is gekelderd onder druk van de alcoholindustrie, totdat er enkel betekenisloze maatregelen overbleven.

Alle ogen zijn nu gericht op minister Maggie De Block. Zij krijgt, als voorzitter van de interministeriële conferentie, op 24 oktober de sleutels in handen om een krachtig beleid te installeren dat de gezondheid ten goede komt. De gezondheidssector is alvast vragende partij voor een volwaardig plan.

DFR

19 OKT 2016

Naar een betere begeleiding en preventiebeleid voor zwangere vrouwen met een verslavingsprobleem

In de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin werden enkele vragen gesteld over de huidige begeleiding en het toekomstig preventiebeleid naar zwangere vrouwen met een verslavingsprobleem.

Vlaams parlementslid Vera Jans stelde Minister Jo Vandeurzen de vraag of het zinvol is om de registratie omtrent deze doelgroep te verfijnen om zo een beter zicht te krijgen op de omvang van de problematiek. Wilde ze weten welke initiatieven de Minister neemt om de samenwerking tussen de betrokken zorgpartners beter vorm te geven om deze moeilijk bereikbare doelgroep beter en sneller te detecteren en te bereiken. Ten slotte peilde ze naar welke accenten hij in de aankomende gezondheidsconferentie met betrekking tot het preventiebeleid zal leggen voor de doelgroep van zwangere vrouwen met een afhankelijkheidsproblematiek?

 

Betere registratie

Volgens Minister Jo Vandeurzen is registratie en gegevensdeling essentieel wanneer er multidisciplinair wordt samengewerkt rond gezinnen om kwaliteitsvolle zorgverlening te kunnen aanbieden.

'Na afstemming met en op vraag van verschillende stakeholders heeft Kind en Gezin zich geëngageerd om in het kader van Vitalink pre-, peri- en postnatale gegevensuitwisseling tussen zorgactoren te realiseren voor alle ouders en aanstaande ouders in Vlaanderen en Brussel. Dat past binnen de digitalisering van het zwangerschapsboekje. De technische en inhoudelijke voorbereidingen om die digitale gegevensuitwisseling te realiseren, zijn aan de gang. Er wordt momenteel een noodzakelijke gegevensset afgewerkt waarrond de gegevensuitwisseling wordt georganiseerd. Dat gebeurt in nauw overleg met verschillende betrokken beroepsverenigingen, waaronder de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, de Vlaamse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Domus Medica, de Vereniging van diensten voor gezinszorg en de Vlaamse Beroepsorganisatie van Vroedvrouwen.'

De Minister bekijkt of en op welke voorwaarden er hier ook gegevens inzake middelengebruik in de gegevensset kunnen worden opgenomen. Dat kan ertoe bijdragen dat we een beter zicht krijgen op middelengebruik rond de geboorte en de gevolgen hiervan. Maar zoals aangegeven, moeten we hier omzichtig mee omgaan en onderzoeken we dit verder in het kader van het project gegevensdeling in de pre-, peri- en postnatale periode.

Samenwerken in netwerken

De Minister beklemtoonde in zijn antwoord het belang van samenwerking netwerking:

'Door de multidisciplinaire digitale gegevensdeling kunnen we samen met alle zorgactoren zicht krijgen op de mate waarin zwangere vrouwen vroegtijdig en regelmatig worden opgevolgd. Dit kan door bepaalde actoren aanklampende contactname toelaten bij gebrek aan regelmatige controles of uitval van opvolging.

Samenwerking tussen de betrokken zorgpartners wordt verder bij voorkeur vormgegeven binnen een universeel zorgpad voor alle gezinnen, met aansluitend en geïntegreerd een supplementair aanbod voor gezinnen met specifieke noden en binnen een gepast aanbod, bijvoorbeeld als gevolg van middelengebruik.

Lokale netwerkvorming op het terrein van prenatale dienstverlening is hierbij essentieel, waarbij moet worden ingespeeld op de noodzaak aan het versterken van prenatale begeleiding voor kwetsbare zwangere vrouwen. Het aanbod naar ouders, aanstaande ouders en jonge kinderen wordt coherent uitgebouwd en ontsloten via de Huizen van het Kind.

het uitbouwen van een sluitend lokaal netwerk met alle betrokken partners, gaande van Kind en Gezin, OCMW, CAW, huisarts, gynaecoloog enzovoort tot en met de gespecialiseerde gezondheidszorg is een noodzakelijke randvoorwaarde die verder versterkt zal worden.'

Toekomstig preventiebeleid?

Tot slot blikte Minister Jo Vandeurzen vooruit op de gezondheidsconferentie van eind december:

'De voorbereidingen van de Gezondheidsconferentie Preventie zijn volop bezig. De gezondheidsconferentie zal richting geven aan het beleid de komende jaren, en zal als basis dienen voor concrete actieplannen op het terrein. Onder meer tabak, alcohol, drugs en psychoactieve medicatie zijn thema’s die in beschouwing worden genomen. Hiertoe wordt nauw samengewerkt met de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen. Met betrekking tot deze thema’s worden momenteel acties geformuleerd voor verschillende doelgroepen waaronder zwangere vrouwen en hun omgeving. De voorstellen, die uiteraard nog moeten worden besproken op de conferentie, gaan vooral in de richting van het blijven inzetten op een eenduidige boodschap van niet-gebruik tijdens de zwangerschap. Daarnaast wordt ook gedacht aan de ontwikkeling van een screeningsinstrument, specifiek voor de detectie van alcoholproblemen bij zwangere vrouwen, met het oog op een betere vroegdetectie en -interventie'.

DFR

05 OKT 2016

Drugscongres 2016: ALCOHOL & NPS: irrelevantie van het beleidsmatig verschil tussen legale en illegale drugs bewezen?

‘Alcohol maakt meer kapot dan je lief is’; een preventieslogan met een duidelijke boodschap. Toch hebben we nog geen geïntegreerd alcoholbeleid in België.

Noodzakelijk? Zeker. 10 procent van de Belgen kampt met een alcohol- probleem. Slechts één op de twaalf zware drinkers zoekt professionele hulp. Bovendien spreken de ervaringen op de spoedgevallendiensten boekdelen.

Het stopt niet bij alcohol. De Nieuwe Psychoactieve Stoffen of NPS zijn steeds meer aanwezig op (virtuele) drugsmarkten en vallen nu nog buiten de drugswetten. Gebruikers van deze scheikundige variaties van ‘klassieke’ illegale drugs weten vooraf ook niet wat de kwaliteit is van het product dat ze gebruiken.

Het Drugscongres 2016 – een samenwerking tussen het ‘Insitute for International Research on Criminal Policy (IRCP – Universiteit Gent) en Uitgeverij Politeia – onderzoekt of de irrelevantie van het beleidsmatig verschil tussen legale en illegale drugs is bewezen. Specialisten in verschillende vakgebieden zullen hun ervaringen en expertise delen.

Het congres wordt geopend door minister van Justitie, Koen Geens. Prof. Dr. Lieven Annemans (UGent) reflecteert rond een (mogelijk) alcoholbeleid en –plan. Voorts gaat Ignaas Devisch dieper in op de filosofische beschouwingen over legale en illegale drugs. Tot slot spreekt Alexis Goosdeel (directeur EMCDDA) over de Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS), een nieuwe wereld vol uitdagingen.

Na de middagpauze kunnen congresgangers kiezen uit vijf workshops: ‘Alcoholgebruiksruimtes, nu ook in België? – speeddating’, ‘Cannabisteelt: van beeldvorming tot ontmanteling. Multidisciplinaire expertise uit de Lage Landen.’, ‘Nieuwe Psychoactieve Stoffen: nieuwe drugs, nieuwe strategieën?’, ‘Virtuele drugsmarkten: offline halen of omarmen?’ en ‘Middelengebruik in het verkeer: de terugkerende problematiek’.

Datum en locatie: donderdag 10 november 2016 / onthaal vanaf 09u00 / Het Pand, Onderbergen 1, 9000 Gent. 

Inschrijven en meer info

28 SEP 2016

Nieuw hulptraject voor gamers

Wat is het vroeginterventie-traject Moti-4?

Moti-4 is een individueel gesprekstraject voor jongeren van 12 tot en met 24 jaar die in de problemen dreigen te raken door middelengebruik, gokken of gamen. CAD zet deze methodiek specifiek in voor gamers die in conflict komen met hun omgeving. Moti-4 bestaat uit maximaal 4 bijeenkomsten van ongeveer een uur, waarin we met de jongere zijn gamegedrag kritisch onderzoeken. In de gesprekken wordt een verkenning van het probleem en het gamen gedaan. De gesprekken zijn gericht op kennisoverdracht (psycho-educatie), bewustwording, werken aan motivatie en het versterken van de weerbaarheid van de jongere.

De jongere bepaalt zelf hoe en waaraan hij of zij wil werken. Hij of zij krijgt hulp bij het opstellen van een plan tot verandering, dat kan leiden tot minderen of stoppen met gamen. Via een vervolggesprek na 2 maanden en eventueel ook na 6 maanden wordt bekeken of de doelen uit het plan van aanpak zijn behaald.

Indien nodig worden ook de ouders of opvoeders betrokken bij de begeleiding. Het eerste gesprek is een verkennend intakegesprek, als onderdeel van het traject.

Meer info

CAD Preventie
Salvatorstraat 25
3500 Hasselt
011 71 60 01

d871263280i411593522m2055483551i193777110t561844734r1400533110i1100924669.385163541d1928316079a1711518313s2034670749@1274802600c898370832a1091108335d1304496774l11608663i388513797m933791940b271528561u1954130956r2019724763g1471692981.1676139791b204882207e342988514
e1023655695l781086700l1449541944e1870166413n1306545399.2096190382g593946045i1718138921b2004190286n787723155e132500007y1257239748@1888647824c517663548a1038072179d1452682489l404850649i165391131m203569674b1495958984u1469887905r215178337g1884472781.256196197b486706899e1691120089

20 SEP 2016

MediaNest, een nieuwe website over mediaopvoeding voor ouders

“Ik heb mijn kind wel als eens gewezen op online risico’s, maar ik ga de kat niet bij de melk zetten door te zeggen wat niet betrouwbaar is.” Een vader over zijn 5-jarige zoon (JRC onderzoek Vlaanderen)

Tv, internet, sociale media, games … spelen een belangrijke rol in het leven van kinderen en jongeren. De meeste ouders zien het mediagebruik van hun kinderen als positief, maar ook als een uitdaging. Veel ouders hebben het gevoel onvoldoende ‘mee’ te zijn. Mediawijs lanceert daarom samen met (Organisatie...) en meer dan 20 partners MediaNest, een website om ouders aan antwoord te bieden op hun vragen over media en hun kinderen van 0 tot en met 18 jaar.

Welke wegen kinderen online verkennen, is en blijft voor hun ouders een raadsel. Ouders denken dat hun kinderen sneller nieuwe dingen oppikken en zijn zich niet altijd bewust van de rol die zij kunnen opnemen. Ze zijn vaak onzeker en hebben heel wat vragen over schermtijd, sociale media, games, privacy … MediaNest is een website over mediaopvoeding die informeert en sensibiliseert over deze mediawijze thema’s. Ouders kunnen er terecht met al hun vragen over het mediagebruik van hun kinderen van 0 tot en met 18 jaar. MediaNest vertrekt vanuit een positieve invalshoek op media en opvoeding, met de nodige aandacht voor de risico’s. Door de communicatie tussen ouders en kinderen te stimuleren zet MediaNest in op samen beleven en genieten van media in het gezin.

MediaNest biedt...

  • Informatie over mediaopvoeding op maat van je gezin
  • Antwoord op concrete vragen van ouders zoals ‘Welke games zijn geschikt voor mijn kind?’
  • Tips & tricks om afspraken te maken met kinderen rond schermtijd of om cyberpesten bespreekbaar te maken
  • Een mediagroeilijn aangepast aan de leefwereld en de ontwikkeling van je kind
  • Online tests zoals ‘Welk type mediaouder ben jij?’
  • Een reeks filmpjes over gamen, sociale media,..
  • Klik-en-prints zoals ‘Doe de app check’ of een reclamebingo
  • Activiteiten om samen met je kind te doen zoals een game maken of spelen

Partners

MediaNest is een initiatief van Mediawijs in samenwerking met Linc vzw, Onderzoeksgroep MIOS Universiteit Antwerpen, DiGRA Flanders en Sensoa, Privacycommissie, Gezinsbond, VAD, Child Focus, Klasse, Link in de Kabel vzw, Tumult vzw, EXPOO Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning, AdLit, UC Leuven-Limburg, Universiteit Gent: iMinds-MICT-UGent, Cepec, C&E, KULeuven: School voor Massacommunicatieresearch, Instituut voor Mediastudies (IMS), Mintlab, CiTiP, en Ketnet.

Met expertise van: CAD Limburg, VUB, SMIT en Cemeso, HIG/Odyssee, Luca - School of Arts, Gezondopvoeden.be/Vigez, GO!-ouders, Awel, Mediaraven, Vormingplus Antwerpen, Provinciaal Veiligheidsinstituut Antwerpen, Centrum Kauwenberg, Cultuurconnect, Jong en van Zin, Jekino, VOCVO.

Ondersteund door de Minister van Media Sven Gatz, Vlaamse Overheid.